• Probeer u te realiseren dat de cliënt ziek is en dat u hem of haar niet kunt genezen. Probeer niet de ziekte onder controle te krijgen of te denken dat het met de cliënt beter zal gaan als u maar genoeg uw best doet.
     
  • Bespreek wezenlijke zaken in stabiele perioden, zonodig met hulp van anderen.
     
  • Wees in het contact met de hulpverlening duidelijk wat er van u verwacht wordt.
     
  • Het triade model is belangrijk. Dit wordt gevormd door de behandelaar, cliënt en naaste(n). De cliënt staat centraal.
     
  • Onderzoek uw grenzen als de cliënt zijn of haar ziekte gebruikt om dingen van u gedaan te krijgen. Voel u niet schuldig.
     
  • Licht een vertrouwenspersoon in op de school / het werk van de cliënt wanneer iemand in het gezin ziek is.
     
  • Zorg goed voor uzelf en organiseer uw eigen ontspanning. Onderhoud uw hobby's en sociale contacten.
     
  • Waak ervoor om niet in een isolement te geraken.
     
  • Veroordeel uw gevoelens niet.
     
  • Accepteer dat er grenzen zijn aan uw vermogens en betrek anderen in de omgeving van de cliënt bij de hulp.
     
  • Wees bewust van het feit dat er nog steeds een taboe rust op psychiatrische ziekten en mensen vaak niet weten hoe te reageren.